HET WOORD VAN GOD
| Docenten | K. Beerden, MPhil, en dr. F.G. Naerebout | |
| ECTS | 10 | |
| Niveau | 400 | |
| Semester | 1ste semester | |
| Rooster | vrijdag 11.00-13.00 uur, van 12 september t/m 12 december | |
| Voertaal | Nederlands | |
| Collegevorm | werkcollege | |
| Toetsing | collegedeelname (verplichte aanwezigheid), en afsluitend werkstuk | |
| Website | zie de sitemap | |
| Aanmelden | via U-TWIST |
Binnen de religies van de wereld van de Oudheid speelt tekst een grote rol, zowel in de vorm van gesproken als geschreven teksten. Hieromtrent zijn velerlei vragen te formuleren, te beginnen met de relatie tussen gesproken en geschreven tekst. De nadruk zal bij dit college liggen op de functie van tekst binnen het religieus ritueel, en de status van de tekst. Die status loopt van mensenwerk tot tekst die als het geopenbaarde woord van de bovennatuur zelf wordt beschouwd. Wie spreekt of schrijft 'het woord van god'?
Het in geschreven vorm vastleggen van een tekst is de kern van de zaak. Het vastleggen van een heilige tekst lijkt een logische stap: hier zijn immers de exacte bewoordingen van belang. Zo sprak de godheid. Maar een religieuze tekst – geen heilige tekst – waarom zou die überhaupt opgeschreven worden? Functies van religieuze teksten lijken uiteen te lopen van naslagwerk tot leerboek tot een manier om autoriteit te verkrijgen. Als een tekst een officiële rol speelt roept dit ook vragen op omtrent ritueel conservatisme en rituele dynamiek. Hoeveel verandering is nog mogelijk na codificatie? Een geschreven tekst zou kunnen zorgen dat er een zekere standaard en consensus ontstaat over hoe een ritueel uitgevoerd moet worden. Maar hield men zich dan ook echt aan die tekst of ontstonden er variaties op het thema? Door deze zogenaamde prescriptieve teksten te vergelijken met verslagen, voor zover beschikbaar, van uitvoering van een ritueel (descriptieve teksten) is hier meer over te weten te komen.
Het stellen van deze vragen aan religie in de oudheid houdt ook verband met de actualiteit: de rol van de geschreven religieuze/heilige tekst in moderne samenlevingen kan als een vergelijkings- en contrastpunt dienen.
Na het volgen van deze cursus dient de student te beschikken over een goede kennis van de plaats van tekst (gesproken en geschreven) binnen de religies van de wereld van de Oudheid in het bijzonder, en een redelijk inzicht in de problemen van oraliteit en geletterdheid in het algemeen. Basale heuristiek en het zelfstandig verwerken van informatie en hierover mondeling en schriftelijk rapporteren zijn de nagestreefde vaardigheden.
Wordt op individuele basis verstrekt. Een selectie literatuur staat op deze site: literatuurlijst.
Voor de zogeheten 'instaptoets' leest iedereen voorafgaande aan het eerste college: Albert Henrichs, '"Hieroi logoi" and "hierai bibloi": the (un)written margins of the sacred in ancient Greece', Harvard Studies in Classical Philology 101 (2003) 207-266. Deze tekst is hier beschikbaar ter download: zie de sitemap. Gedurende het eerste college zal men enkele schriftelijke vragen omtrent dit artikel moeten beantwoorden en een zinnige bijdrage aan de daarbij aansluitende discussie moeten kunnen leveren.
Het college wordt afgesloten door het schrijven van een werkstuk. De door de Opleiding hiervoor vastgestelde omvang is 7200 woorden (ca 18 pp).
De colleges vinden plaats in het eerste semester op vrijdag van 11.00 tot 13.00 uur. Eerste college: 12 september 2008. Laatste college 12 december. In totaal 11 colleges (vrijdag 3 oktober valt uit). Een gedetailleerd rooster en een deelnemerslijst volgen hier na het eerste college.
bij de docenten: K. Beerden, F.G. Naerebout